|
Cocoon Hotel La Rive • Rue Bourscheid – plage • L-9164 • Bourscheid – plage • HotelMoment: +31 (0) 347 - 750 438 • Hotelcode: 108171
De burcht Bourscheid
De burcht Bourscheid lag op een alleen vanuit het N.W. toegangelijke leisteenrots, 150 m boven de rechte oever van de Sure en 360 tot 380 m boven de zeespiegel (N.N.). de ruines van deze bouwkonstruktie, die ongeveer 151 m lang en 53 m breed was, een oppervlakte had van 12.000 qm, en omgeven was van een sterke ringmuur met afgesloten tussenruimtes en 11 torens zijn tegenwoordig nog een bewijs voor de belangrijke stabiliteit.
Het middelpunt van de burcht/bovenburcht, ontstond rondom het jaar 1000 als voltooing van een reeds bestaande houte vesting. De archeologische opgravingen leverden sporen op die van ottonische, karolingische, meronwingische zelfs romeinse afkomst waren. In het begin was de kleine plaats jij de slottoren, met het paleis en de iets dieper gelegen kapel, evenals de destijdse voorburcht (tegenwoordig; dieper gelegen deel van de bovenburcht) met een ringmuur omgeven, die tenminste met 4 toren voorzien was. Van deze eerste romaans-gotische bouwkonstruktie bestaan alleen de slotteren en de ringmuur nog. Interessant voor dit gedeelte van de burcht zijn de talrijk aangebrachte bouwornamente in visgraatmonster "opus spicatum".
Kort na 1350 m werd toen met de bouw van de grote ringmuur begonnen, deze was in 13854 voltooid, het jaar ook waarin het Stolzemburgse huis in de benedenburcht gebouwd werd (men lette op de prachtige gotische kelder), dat met de drie andere vazalhuizen het gehied van de vazallen (leemannen) afgrensde, d.w.z. een deel van de tegenwoordige benedenburcht.
Nadat men nu door de ringmuur met zijn afgesloten tussenruimtes en 8 torens, het middelpunt van de burcht beter kon beschermen, werd in de bovenburcht het paleis met 4 verdiepingen op zijn minst 10 m verhoogt; bovendien werd daarbij een zogenaamd "bakhuis" gebouwd, waaronder men in de rotsen een ondergrondse kerker met 2 verdiepingen uitgraafde. De ingang van deeze burcht met 2 torens voorzien, werd gevormd dor het tegenwoordige huis van de concierge.
Pas na 1477 werde de geschuttoren gebouwd, waarachter een gracht die door 4 torens beschermd was, de toegang naar de boven- en benedenburcht verhinderde. Waarachtig een fantastische vesting. De voorplaats voor de buitenpoort was door palissades beveiligt. In dit areal stond de lindenboom waaronder recht gesproken werd.
Na 1512, het jaar waarin de laatste heer van de familie Bourscheid stierf, begon het verval van de burcht. In de bovenburcht aan beide kanten van het paleis ontstonden 2 woningen, waarvan de eene reeds in 1626 opgegeven werd en de andere alleen nog maar tidelijk bewoond was. En toch werd rond 1650 de kapel vergoot en kreeg 2 altaren. Vanaf deze tijd ook woonde alleen de beheerder nog in het kasteel, in het Stolzemburgse huis, dat daarom in 1785 nog als woning opnieuw werd opgericht, terwijl in de bovenburcht het paleis en de kapel in een ruinetoestand verviel. De inval van de franse revolutionaire troepen in 1794 – 1795 maakte een einde aan de feodale burchtentijd. In 1802 werd het archief naar Gemünden (Hunsrück(Duitsland) gebracht en in 1803 verliet de laatste beheerder de burcht.
Daarna bevond de burcht zich in privateigendom. De Luxemburgse staat, die in 1936 de hele bouwkonstruktie onder monumentezorg gesteld had en ook enkele restauratiewerken liet uitvoeren, kocht in 1972 de ruines op. Sinds die tijd werd het Stolzemburgse huis en de huis van de concierge hiernieuwd opgericht, tegelijk met de restauratiewerken warden er archeoligische onderzoekingen uitgevoerd, om zo het prachtige bouwwerk toegangelijk te maken voor de bezoeker. Door de verwerking van de archieven door de "Amis du Châeau de Bourscheid", is namelijk de kennis van de burcht en zijn bewoners aanzienlijk groter geworden.